Artikel
Soetkin Van Muylem
Printvriendelijke versie
Tags 

Wat is er aan de hand in Mali?

De huidige crisis in Mali kent een lange geschiedenis, die aan de ene kant haar wortels heeft in de diepe armoede van het land en aan de andere kant in het streven van de historisch verwaarloosde en politiek ondervertegenwoordigde Toeareg -een nomadisch berbervolk- naar grotere autonomie en een groter stuk van de ontwikkelingstaart.

Sinds Mali de onafhankelijkheid van Frankrijk afdwong in 1960, zijn de Toeareg 4 maal zonder succes in opstand gekomen. Na de rebellie van 1990-1995 volgde er een vredesakkoord tussen de Toeareg en de centrale regering. In het kader van dit akkoord trokken duizenden vluchtelingen terug naar hun huizen en dorpen in Noord-Mali. Toeareg zouden opgenomen worden in het Malinese leger, maar dit proces verliep extreem traag en de regio bleef kampen met extreme armoede, wat het ongenoegen opnieuw deed toenemen. Onder leiding van een aantal gedeserteerde legerleiders van Toeareg-origine flakkerde het geweld weer op. De oorlog in Libië gaf de Toeareg een unieke kans. Qadhafi heeft de Toeareg altijd gesteund, en een deel van hen dienden tijdens de recente burgeroorlog in Libië als zwaar bewapende huurlingen voor de regering. Na de val van Qadhafi wreekten de zegevierende milities zich op de Toeareg, wat ontaardde in een racistische heksenjacht op al wie zwart is. De goed bewapende en getrainde Toeareg vluchtten terug naar het noorden van Mali (Azawad) waar ze samen met andere secessionisten de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad vormden (MNLA). Ze wierpen er hun recent verkregen vuurkracht in de strijd tegen de centrale regering. In het zuiden van het land verweten de Malinese militairen de regering een gebrek aan daadkracht. In maart 2012 pleegden Malinese militairen onder leiding van kapitein Amadou Sanogo een staatsgreep. In april 2012 werd er door de militaire junta opnieuw een burgerregering aangesteld in Mali, onder president Dioncounda Traore, maar kapitein Sanogo hield de touwtjes stevig in handen. De militaire staatgreep van maart bracht echter geen einde aan de chaos en het geweld in het land. Amper twee weken na de coups profiteerde het MNLA van het politiek vacuüm om de onafhankelijke staat Azawad uit te roepen. Islamistische terroristische groepen zoals Ansar al-Din, al-Tawhid wa al-Jihad en Al Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM), verschenen pas prominent op het toneel toen het MNLA, het Malinese leger definitief verdreven had uit Noord-Mali. Een aantal kleinere islamistische groepen hadden zich aangesloten bij de Toeareg-rebellie, maar de Toeareg werden uiteindelijk zelf aan de kant geschoven door deze islamistische groeperingen. Veel Toeareg trokken terug naar de woestijn, daarbij lieten ze de Noord-Malinese steden zoals Timboektoe, Gao en Kidal over aan de islamisten, die het nu verder uitvechten met het verdeelde Malinese leger. Het zijn deze extremisten die in Noord-Mali mensen stenigen, Soefi-heiligdommen vernietigen en de strikte naleving van een strenge interpretatie van de Sharia eisen. Ondertussen is het noorden van Mali een echt toevluchtsoord geworden van buitenlandse gewapende Jihadisten en fundamentalistische groepen die in regio opereren (met als grootste groep Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb).

Van het gebrek aan centraal gezag en de instabiliteit wordt ondertussen geprofiteerd om massaal wapens in te voeren in Mali. Opnieuw speelt de nasleep van de NAVO-oorlog in Libië een cruciale rol. “Wat ook de motivatie was van de belangrijkste belegeraars [van Libië] de wet van de onbedoelde gevolgen eist vandaag een zware tol in Mali”, vertelde de voormalige regionale gezant voor de VN, Robert Fowler, aan de Britse krant the Guardian. “Er zullen zich nu gigantisch veel Libische wapens verspreiden doorheen de Sahel -een van de meest onstabiele regio's van de wereld.” Er zijn in Noord-Mali eveneens stijgende spanningen tussen de islamisten en de Songhai, Mali's grootste etnische groep. Er doen geruchten de ronde dat Songhai-dorpen milities opgericht hebben, waardoor er nog een dimensie toegevoegd wordt aan het geweld en de problemen in Mali. Het land kent al langer etnische spanningen en de Toeareg-rebellie kent een lange voorgeschiedenis, maar de NAVO-interventie in Libië was wel de onrechtstreekse katalysator voor de chaos die nu in Mali heerst.

Interventie in Mali

Bombardementen en vuurkracht zullen de oorzaken van het terrorisme en de instabiliteit in Afrika niet bestrijden. Militaire oplossingen hebben de neiging om de rekrutering voor groepen zoals AQIM net in de hand te werken. Ondanks de alarmerende berichten in de Westerse media is Al-Qaeda in de Maghreb niet het grootste probleem in Noord-Mali. De echte crisis is humanitair en politiek. Afrika heeft geen nood aan nog meer wapens, maar aan echte hulp, ontwikkeling en programma's die een aanzienlijk deel van de bevolking van het continent uit hun armoede lichten. De recente geschiedenis totaal negerend (Irak, Afghanistan, Libië), stuurden de Verenigde Staten en vooral Frankrijk de afgelopen maanden toch aan op een militaire interventie om de problemen in Mali te bestrijden. Frankrijk is de voormalige kolonisator van Mali en heeft nog altijd heel wat invloed en enorme economische belangen in het land en de bredere regio. Zo is het enorm afhankelijk van de Sahel voor de aanvoer van uranium voor zijn nucleaire industrie. Al sinds de zomer van 2012 is Parijs gebrand op een onmiddellijke militaire interventie in zijn voormalige kolonie om de orde in het land te herstellen en de onafhankelijkheid van Azawad terug te draaien. De post-coups regering in Mali en de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) vroegen de Franse regering ook om hulp bij de herovering van Noord-Mali op de islamisten. De ECOWAS is een organisatie die heel gevoelig is voor Westerse druk omwille van haar afhankelijkheid van buitenlandse hulp. Momenteel wordt ze bovendien voorgezeten door de Ivoriaanse president Alassane Ouattara, die aan de macht kwam via een door Frankrijk gesteunde militaire VN-operatie in april 2011, na betwiste verkiezingen.

Op 12 oktober 2012 keurde de VN-Veiligheidsraad al een Franse resolutie goed die de planning van een door Afrikanen geleide macht autoriseerde om het Malinese leger bij te staan in hun strijd tegen de islamisten. Deze resolutie stond echter nog geen ontplooiing toe van de geplande militaire macht. Donderdag 20 december 2012 stemde de VN-Veiligheidsraad resolutie 2085, die “de ontplooiing van een door Afrika-geleide Internationale Ondersteuningsmissie in Mali (AFISMA) autoriseert voor de initiele periode van een jaar”. Buitenlandse troepen mogen volgens deze resolutie inteveniëren in Mali om het Noorden te “bevrijden van de bezetting door aan Al-Qaeda gelinkte islamisten”. De VN-resolutie steunt de beslissing van ECOWAS om 3300 Afrikaanse troepen te sturen naar Mali. Ondertussen hebben Senegal, Nigeria en Burkina Faso (allemaal Franse ex-kolonies) troepen toegezegd. De missie wordt geleid door Nigeria. Algerije, dat zich historisch verzet tegen elke buitenlandse militaire aanwezigheid in de Sahel, uitte initieel zijn ongenoegen over de VN-resolutie, maar is ondertussen bijgedraaid want gaf het Franse leger op 13 januari 2013 de toestemming om zijn luchtruim te gebruiken om Malinese doelwitten te kunnen bombarderen. Op het moment dat VN-resolutie 2085 unaniem aanvaard werd, was de gedetailleerde planning van de interventie nog volop aan de gang. Dit kwam vooral door de meningsverschillen tussen Frankrijk en de Verenigde Staten over de tactiek van de invasie. In de aanloop naar de interventie omschreef VS-ambassadeur bij de Verenigde Naties, Susan Rice, de Franse plannen nog kleurrijk als: “crap”. Maar ondertussen zijn de respectievelijke rollen uitgeklaard. Terwijl de Afrikaanse buitenlandse troepen dienen als kanonnenvoer, vervullen de Amerikaanse en Europese legers die deelnemen aan deze missie hun favoriete rol als verleners van logistieke ondersteuning, van luchtsteun en van inlichtingen. De Amerikaanse generaal Carter Ham stelde onlangs nog eens duidelijk dat de VS niet overweegt om extra grondtroepen naar Mali te sturen, maar de VS zal in 2013 sowieso al 3000 extra soldaten stationeren op het Afrikaanse continent. Een deel daarvan kan op allerlei manieren ingezet worden in Mali. Amerika zal de Fransen waarschijnlijk de toestemming geven om gebruik te maken van zijn onbemande vliegtuigen in de regio. Ook de Britse premier David Cameron ondersteunt de Franse inspanningen logistiek maar zal geen grondtroepen sturen. De Belgische minister van Defensie Pieter De Crem kon als beste leerling van het NAVO-klasje uiteraard niet achter blijven. Maar van de NAVO-bondgenoten stuurt alleen Frankrijk grondtroepen die zich rechtsreeks moeten mengen in de Malinese strijd. De honderden troepen die zich nu reeds in Mali bevinden schoten tijdens de tweede week van januari 2013 in actie. Parijs wil het aantal Franse soldaten ter plaatse opdrijven tot 2500. François Hollande, de Franse sociaal-democratische president, verklaarde de oorlog in Mali zonder het parlement vooraf te consulteren. Hij stelde bovendien dat “de oorlog zo lang zou duren als nodig was”. Terwijl het afgelopen weekend bommen regende boven Mali, waarschuwde Hollande: “De terroristen moeten weten dat Frankrijk er altijd zal zijn,... wanneer het gaat om de rechten van een volk -dat van Mali- dat in vrijheid en democratie wil leven”. Doen alsof Frankrijk er in vliegt om de democratie te beschermen tegen Al Qaeda, is een absurde leugen. De strijd in Mali sproot voor een groot stuk voort uit de Libische oorlog waarin Parijs en zijn NAVO-bondgenoten net op grote schaal gebruik maakten van extremistische islamisten om het regime van Qhadafi ten val te brengen, bijvoorbeeld de aan Al-Qaeda gelinkte Libyan Islamic Fighting Group. Vandaag zien we hetzelfde scenario in Syrië, waar de door NAVO-regeringen gesteunde oppositie onder meer bestaat uit groepen zoals het Al Nusra Front, dat volgens de Amerikaanse Inlichtingendiensten een aan Al Qaeda gelinkte terroristische groep is. De bewering van NAVO-lidstaten dat ze militair moeten ingrijpen in Mali om de verspreiding van de invloed van Al-Qaeda tegen te gaan, kan ook gepareerd worden door de vaststelling dat de NAVO-oorlogen in het buitenland een van de belangrijkste redenen vormen voor de stijgende invloed van Al-Qaeda.

Een buitenlandse interventie in Noord-Mali zou wel eens het vuur aan de lont kunnen steken in de hele Sahel-regio. Mali deelt immers lange grenzen met Algerije, Mauretanië en Niger. En net zoals de gevolgen van de interventie in Libië tot in Mali reikten, zou de interventie in Mali op haar beurt grensoverschrijdende effecten kunnen hebben. Ahmed Adhimi, professor aan de Univesiteit van Algiers heeft het over een mogelijke “Afghaniseing van de Sahel-regio. Militaire interventie betekent dat alle avonturiers, terroristen, en al degenen die de kruisvaarders willen bevechten naar Noord-Mali zullen komen. Dan zou Algerije het Pakistan van Afrika kunnen worden. Het zou gemakkelijk zijn om de de landen in de regio mee te sleuren in een oorlog.” In Mali zelf zal deze interventie een burgeroorlog veroorzaken en heeft ze al 300.000 mensen op de vlucht gejaagd. Terwijl de Westerse machten en hun regionale bondgenoten hun volgende zet berekenen, zwerven honderdduizenden verarmde mensen door de Sahara op zoek naar water. Het tragische is, dat hun miserie pas begonnen is.

steun ons

© 2020 vrede vzw - website by