Artikel
Luc Vankrunkelsven
Printvriendelijke versie
Xingu en Blairo

Xingu en Blairo

Deze zomer zou ik naar het grootste reservaat van inheemse volkeren in Brazilië gaan, 'Parque Indígena do Xingu'. Door omstandigheden kon het bezoek niet doorgaan, maar er kwam een interessant alternatief uit de bus: een ontmoeting met de inheemse rechtenorganisatie OPAN en prof. Pignati.

Ik ben het gewoon om slecht nieuws te verwerken, maar na de indringende ontmoeting met Pignati, moest ik toch wel serieus slikken. Het is verschrikkelijk wat hier gebeurt en Europa doet alsof het van niets weet!

OPAN

OPAN of ‘Operatie Inheems Amazonië’ is sinds 1969 actief ter verdediging van de rechten van inheemse volkeren, zowel in het Braziliaanse Amazonegebied (in de staten Amazonas en Mato Grosso) als in de cerrado (savanne) van Mato Grosso. Het aantal ‘indianen’ neemt de laatste decennia pijlsnel toe in deze gebieden. In de jaren 1970 waren er 43 inheemse volkeren in Mato Grosso, waarvan er 30 minder dan 100 leden telden. De meestegemeenschappen zijn nu aangegroeid tot 400 à 500, soms tot 1000 mensen. Deze aangroei wil niet meteen zeggen dat het nu zoveel beter met hen gaat dan toen. Integendeel. De meeste 'reservas', waar deze mensen wonen, zijn volledig omsingeld door enorme soja-, maïs- en katoenvelden. Bovendien werd de FUNAI (de federale organisatie die moet instaan voor het welzijn van de inheemse volkeren) door de huidige regering op droog zaad gezet.

OPAN gaat met de inheemse gemeenschappen aan de slag om hen in een omgeving gedomineerd door de agro-industrie zelfredzaam te houden of om ze terug zelfstandig te maken. Bijvoorbeeld via de duurzame vangst van de 'pirarucu', de ‘kabeljauw van de Amazone', die meer dan 2 meter lang kan worden. Er worden ook allerlei vormingen opgezet, o.a. over agro-ecologie. Jongeren zijn zich bewuster van hun omgeving dan vroeger, maar kennen het leven en de tradities van hun eigen volk minder. Dat kan spanningen met zich meebrengen, zowel in de hoofden van de jongeren zelf, als binnen de inheemse gemeenschappen.

Eén van de grote recente inheemse overwinningen op de agro-industrie, is de terugkeer van de etnische Xavante naar hun grondgebied. Ze werden in 1966 door de militaire dictatuur gedeporteerd. Na decennia van strijd, met ondersteuning van OPAN en onder meer de legendarische bisschop Pedro Casaldáliga, mochten ze uiteindelijk terugkeren naar hun totaal vernietigde territorium, Marãiwatsédé. Er moet nog veel rotzooi aan gif en achtergelaten materiaal van de 'fazendeiros' (grootgrondbezitters)opgekuist worden, maar er is terug hoop: Terra de Esperança.

Tijdens mijn bezoek aan OPAN kreeg ik een kaart mee van 2012. Aan de ene kant staat een lijst van inheemse volkeren, Quilombos (Afrikaanse afstammelingen) en de groepen die in het enorme draslandgebied Pantanal leven. Aan de andere kant een lijst met 194 conflicten. Ga er maar aanstaan!

Sojaland

Volgens OPAN heeft het geen zin om de agrobedrijven ('agronegócios') te bestrijden. Het wil aan de basis echter honderden alternatieven opbouwen om zo de toekomst voor te bereiden. Ik heb hier veel respect voor. Toch denk ik dat we tegelijkertijd het vernietigings- en vergiftigingswerk van de agrobusiness, waarvan de producten bestemd zijn voor Europa, China en Japan, telkens opnieuw moeten openbaren.

Anno 2017 werden in Brazilië 65 milieu- en inheemse rechtenactivisten vermoord. Dikwijls binnen de context van grond- en waterconflicten. Laat het duidelijk zijn: dit gaat om mensen die vermoord werden met een kogel. Wat met de sluipmoord op duizenden anderen via de pesticiden die dagelijks, letterlijk over de hoofden van de mensen worden gespoten? Professor Pignati en zijn 'Collectieve gezondheid'-team aan de Federale Universiteit van Cuiabá zijn keikoppen. Ondanks de vele verbale en fysieke bedreigingen blijven ze de impact van de 1 miljard liter landbouwgif gebruikt in 2016, bestuderen en naar buiten brengen. Als je een uurtje bij deze professor op audiëntie gaat, dan kom je toch wel wanhopig naar buiten: “In wat voor samenleving leven wij nu en hoe kan ik dat ooit bij de Europese veevoedersector overbrengen?” Hij overhandigde me o.a. een studie over het pesticidegebruik in 2015. Voor soja gaat dat voor een beplante oppervlakte van 32.206.787 hectare over 17,7 liter gif per hectare (l/ha), per jaar. In totaal: 570.060.129,90 liter gif dus. Voor maïs: 15.846.517 ha, met 7,4 l/ha. Totaal: 117.264.225,80 liter gif. Voor katoen: 1.047.622 ha, met 28,6 l/ha. Totaal: 29.961.989,20 l gif. Wat springt er nog uit? Tabak: slechts 406.377 ha, maar 60 l/ha, dus 24.382.620 liter gif per jaar.

Achteruitgang

In diverse Braziliaanse regio’s worden op grote schaal urine, bloed en moedermelk onderzocht. Ook de dieren en ecosystemen worden bestudeerd: misvormingen bij kikkers en andere dieren zijn legio. Men is zeer intensief pesticiden beginnen gebruiken vanaf 2003, met het vrijgeven van genetisch gemanipuleerde soja en met de ferugem-crisis, een schimmel op de soja. De grafieken in de studies wijzen allen in dezelfde richting: waar het gebruik van landbouwgif toeneemt, nemen ook de kankers en de misvormingen bij de geboorte toe. De gifcocktail treft voornamelijk armere mensen.

De Cuiabá-universiteit heeft een project lopen om de gezondheidstoestand van het Xingu-reservaat te bestuderen. Er wordt het onderzoeksteam heel wat stokken in de wielen gestoken, maar toch is al duidelijk dat bijvoorbeeld de schildpadden vol zware metalen (o.a. kwik) en andere gifstoffen zitten. Vooral het onkruidverdelgingsmiddel atrazine wordt gevonden. Ook de insecticide fipronil blijkt alomtegenwoordig. Volgend jaar mag het onderzoeksteam van de bevoegde instanties eindelijk ook bloedstalen, urine en moedermelk beginnen onderzoeken van de inheemse gemeenschappen in het Xingu-reservaat. Dat belooft slecht nieuws te worden, want alle rivieren die het reservaat binnenstromen, ontspringen erbuiten, te midden van de sojawoestijn. Gevolg: àl het water in het reservaat is gecontamineerd, terwijl de 17 inheemse volkeren die er leven van dit water drinken, erin baden en erin vissen.

De regeringen blijven de wanpraktijken ondertussen gewoon ondersteunen. Door de agrobusiness-wet ('Lei Kandir') van 1996 moet er geen belasting betaald worden op landbouwgif, en voor onbewerkte landbouwproducten, zoals sojabonen, moet er bij het verlaten van de zeehavens geen taks betaald worden. De overheid van de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso versoepelde de wet voor het sproeien van gif met tractoren en ondertussen worden pesticiden met vliegtuigen en tractoren tot op 10 meter van waterbronnen, beken en woningen gespoten. Er bestaan heel wat foto’s waarop te zien is hoe een sproeivliegtuig over een inheems dorp vliegt zonder de spuitmachine af te zetten. De federale wet dicteert dat er minstens 500 meter afstand moet zijn. Eigenlijk zou dat sproeien vanuit de lucht gewoon verboden moeten worden, want met de minste wind komt het gif toch op de bevolking terecht.

Prof. Pignati en zijn equipe verrichtten al heel wat onderzoek in gemeenten waar internationaal mee wordt uitgepakt als zou daar aan duurzame sojaproductie gedaan worden. De gemeente Sapezal, gesticht door de vader van sojaplantage-eigenaar en huidig minister van Landbouw, Blairo Maggi, zit voor bijna alle waterbronnen boven de toegelaten gifdrempel. 55% van de regen is er toxisch. Pignati's team klaagt wantoestanden aan zoals het feit dat in de gemeente Rondonópolis een grote pesticidefabriek vlak naast een bierbrouwerij staat. Toenmalig Mato Grosso-gouverneur Blairo Maggi zag daar blijkbaar geen graten in toen hij de toestemming tot inplanting gaf. Hetzelfde geldt voor kwekerijen en slachterijen van kippen en varkens. In Campo Verde staat middenin de sojavelden een slachthuis waar dagelijks 400.000 kippen en 3000 varkens geslacht worden. In Sorriso, een ander sojaparadijs, dreigt de deelstaatkliniek gesloten te worden, omdat er geen geld is. Wie beweerde ook weer dat sojateelt rijkdom met zich meebrengt voor de plaatselijke bevolking?

Blairo Maggi

Als je Cuiabá binnenrijdt, zie je het volgende verwelkomingsbord: 'Cuiabá hoofdstad van Pantanal en van de agrobusiness'. Kan dat samengaan? Het moerasgebied Pantanal is het grootste vogelreservaat ter wereld, maar de agrobusiness omsingelt het immense gebied en begint het moeras droog te leggen. Waar Cuiabá voor staat, wil minister van Landbouw Blairo Maggi, uitbreiden over heel Brazilië, en als het even kan, Afrika erbij. De fazendeiros van Mato Grosso bezitten nu al 4 miljoen hectare soja in Mozambique, mede gefinancierd door Maggi. Het blijft moeilijk in te schatten hoeveel hectare grond de familie Maggi jaarlijks vol soja plant. Als eigenaar van de Amaggi Group is hij de grootste private producent van sojabonen ter wereld. 'Sojaboer’ Blairo verzorgt zijn relaties goed, vroeger als gouverneur van Mato Grosso, daarna als senator en sinds 2016 als minister van Landbouw. Momenteel reist hij op kosten van de staat als een soort van Trump rond in Afrika en India om markten voor de Braziliaanse agrobusiness te openen - lees: om zijn eigen imperium uit te breiden. Ondertussen vangt een arbeider voor hem wilde varkens. De man moet de beren castreren, vetmesten en slachten. Regelmatig organiseert Blairo barbecues voor zijn netwerkcontacten waarop dit varkensvlees geserveerd wordt. De genodigden zijn politici en leden van de militaire politie. Hopelijk zitten er in dat wilde vlees niet te veel zware metalen en atrazine. Of moeten we hopen van wel?

Luc Vankrunkelsven werkt voor Wervel vzw. Hij blogt regelmatig vanuit en over Brazilië: www.lucvankrunkelsven.wordpress.com

Op 14 september stelt Luc Vankrunkelsven zijn nieuwe boek met verhalen van verzet uit Brazilië voor in Casa N’Ativa in Anderlecht.

 

 

steun ons

© 2018 vrede vzw - website by