Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
landmijn

Shutterstock.com

Opnieuw antipersoonsmijnen in Europa?
Artikel
4 minuten

Sinds december 2025 hebben vijf Europese landen zich uit het internationaal Verdrag inzake het Verbod op Antipersoonsmijnen teruggetrokken. Ze voeren daarvoor de verslechterende regionale veiligheidssituatie en de dreiging vanuit Rusland aan.

Het Verdrag inzake het Verbod op Antipersoonsmijnen (APMBC), ook bekend als het Ottawa-verdrag, werd in 1997 aangenomen en trad in 1999 in werking. België speelde een diplomatieke voortrekkersrol bij de totstandkoming van dit internationaal verbodsverdrag, nadat het voordien al als eerste land ter wereld antipersoonsmijnen had verboden (1995).

Het Ottawa-verdrag verbiedt het gebruik, de opslag, de productie en de handel in antipersoonsmijnen, wapens die geen onderscheid tussen militairen en niet-militairen, wat in strijd is met het oorlogsrecht. De arbitraire wapens blijven ook doden en verminken lang nadat conflicten zijn beëindigd. Negen op de tien slachtoffers zijn burgers, waarvan bijna de helft (46%) kinderen.

Volgens de laatste 'Landmine Monitor' kwamen in 2024 6.279 mensen om of raakten gewond door landmijnen en explosieve oorlogsresten, het hoogste jaarlijkse totaal sinds 2020. De Landmine Monitor 2026, die op 25 november wordt gepresenteerd, zal de meest recente gegevens bevatten over het wereldwijde gebruik, de productie en overdracht van antipersoonsmijnen, alsook over de humanitaire gevolgen ervan.

Verbod onder druk

Nadat vijf Europese landen zich recent terugtrokken uit het Verdrag inzake het Verbod op Antipersoonsmijnen, is het momenteel geratificeerd door 162 landen. Estland, Letland en Litouwen traden op 27 december 2025 uit het Ottawa-verdrag. Finland en Polen deden dit begin dit jaar.

Finland trok zich terug op 10 januari 2026 en kondigde later die maand aan dat het zelf zo’n 1 miljoen antipersoonsmijnen wil gaan produceren. De terugtrekking van Polen werd op 20 februari 2026 van kracht. Poolse functionarissen hebben aangegeven dat mijnen bij een dreiging ingezet zouden kunnen worden langs de oostgrenzen van het land. Op 2 maart startte het Poolse Agentschap voor Bewapening marktconsultaties voor de aanschaf van 14,7 miljoen operationele antipersoonsmijnen. Als deze plannen worden uitgevoerd, zou Polen een van de grootste voorraden antipersoonsmijnen ter wereld kunnen opbouwen. Er werd ook gesuggereerd dat overtollige productie geleverd zou kunnen worden aan bondgenoten, waaronder Oekraïne en de Baltische staten, al is Oekraïne voorlopig nog steeds partij bij het Verdrag inzake het Verbod op Antipersoonsmijnen.

Deze verontrustende hernieuwde belangstelling voor antipersoonsmijnen roept ook vragen op over de financiering. Zo kondigde Letland aan voor 28,3 miljoen euro aan landmijnen te willen kopen, onder meer met middelen uit het ‘Security Action for Europe’-programma van de Europese Unie. Op grond van Artikel 1 van het Ottawa-verdrag mogen de overige 22 EU-lidstaten -allen partij bij dit internationaal verbod- geen staten helpen, aanmoedigen of ertoe aanzetten activiteiten te ondernemen die door het APMBC worden verboden, ongeacht of de andere staat nog partij is bij het verdrag. EU-middelen waarvan zij de besteding goedkeuren zouden dus niet gebruikt mogen worden om de productie of aankoop van antipersoonsmijnen te financieren.

Tijd voor actie

De 'International Campaign to Ban Landmines' (ICBL), mede-ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede in 1997, trekt aan de alarmbel. Iedere terugtrekking uit het Ottawa-verdrag betekent niet alleen een juridische handeling, maar ook een politieke en morele breuk met een collectieve verbintenis om gruwelijke en willekeurige wapens te verbieden.

In een brievencampagne gericht aan wereldleiders, VN-functionarissen en humanitaire organisaties roept de ICBL op om in gesprek te gaan met de regeringen van Finland en Polen in een poging de productie, de handel en het gebruik van antipersoonsmijnen te voorkomen.

Aan Polen en Finland zelf wordt verzocht om hun productieplannen te annuleren, zich ertoe te verbinden geen antipersoonsmijnen te gebruiken of over te dragen, militair doeltreffende alternatieven na te streven, transparant te blijven over hun voornemens, en uiteindelijk opnieuw toe te treden tot het Verdrag inzake het Verbod op Antipersoonsmijnen. De ICBL benadrukt dat terugtrekking uit het verbodsverdrag niet betekent dat de hervatting van de productie, overdracht of het gebruik van deze wapens onvermijdelijk is. Dit zijn afzonderlijke beleidsbesluiten die Polen en Finland nog steeds kunnen heroverwegen. 

De campagne roept op tot proactieve internationale diplomatieke inspanningen voordat deze besluiten leiden tot een verdere verspreiding van antipersoonsmijnen, langdurige besmetting van land met antipersoonsmijnen en menselijk leed onder de burgerbevolking.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.